Verkenning: FINANCIERING

Hier schrijven we samen aan het hoofdstuk Financiering van het Commons Transitieplan. Praat je mee en draag je bij? Dat gaat in 3 stappen. 1) Lees het stuk hieronder 2) Doe een voorstel voor toevoeging of wijziging in Loomio, klik hier 3) Bij consent over jouw voorstel doe jij zelf de toevoeging of wijziging in de tekst hieronder en is er een korte check in Loomio.

NB: We vertrouwen erop dat niemand zomaar aanpassingen maakt in de tekst zonder daarvoor eerst een voorstel te doen in Loomio!

Commons Transitieplan: Financiering

  1. Inleiding
  2. Uitdagingen
  3. Visie: de inkoper als partner
  4. Voorbeeld: inkopen voor de digitale commons
  5. Bestaande aanpakken verder ontwikkelen: buurtrechten, MVOI en social return
  6. Wat kan Amsterdam nog meer doen?
  7. Verder lezen

1. Inleiding Met een jaarlijkse begroting van meer dan € 5 miljard en een jaarlijks budget van € 2 miljard voor inkoop en aanbesteding heeft de gemeente Amsterdam enorme mogelijkheden om impact te maken in het leven van actieve burgers. In dit hoofdstuk kijken we naar de mogelijkheden voor de gemeente om de commons te versterken via inkoop en aanbesteding. Hier definiëren we ‘de commons’ als volgt: (1) een sociaal systeem van (2) burgers en gemeenschappen die samenwerken om bepaalde hulpbronnen volgens (3) democratische regels te beheren. De commons is ook een ethisch perspectief dat beschrijft hoe dit sociale systeem grotere ecologische en sociale duurzaamheid bewerkstelligt. Hieruit spreekt een maatschappelijke bespiegeling: juist de drie peilers van dat sociale systeem worden vandaag de dag naar de achtergrond gedrukt. De gemeenschap heeft de laatste decennia in toenemende mate plaats gemaakt voor het individu, hulpbronnen zijn meer en meer ‘verkaveld’ door private belangen en de burgerzin om democratie te beleven is soms ver te zoeken. In dit verband beschrijven de commons dus niet alleen een groep actieve burgers of een hulpbron, maar juist hoe de gemeenschap door middel van democratische regels het eigenaarschap over die hulpbron claimt.

2. Uitdagingen Wat voor uitdagingen op het gebied van middelen en financiering liggen er nu, voor de stad en haar actieve bewoners?

  • In het dominante economische discours worden activiteiten vaak uitgedrukt in monetaire waarde. Terwijl huishoudelijke activiteiten, sociale bezigheden, de buurteconomie, zorgtaken of natuurbehoud zich moeilijk laten uitdrukken in geld. Zo worden deze manieren van streven naar maatschappelijk welzijn vaak minder gewaardeerd. Dit heeft er voor gezorgd dat de commons als domein van het dagelijks leven, jarenlang is verwaarloosd.
  • Amsterdammers hebben vaak niet genoeg ruimte, in de breedste zin: commoners hebben een fysieke of digitale plek nodig en soms hebben commoners meer financiële ruimte nodig. De ruimte in de stad wordt steeds schaarser, omdat we de stad volbouwen met woningen en omdat grond steeds aantrekkelijker wordt als investeringsproduct in een geglobaliseerde en gefinancialiseerde wereld. Commoners hebben behoefte aan meer financiële ondersteuning omdat zij zich onttrekken aan het economische leven en daardoor geen winst meer maken, of omdat zij geen tijd meer hebben om te werken.
  • De financiële steun die er wel is werkt vaak beperkend: een initiatief is te veel tijd kwijt aan het aanvragen van en rapporteren over deze steun. Voor veel commoners is het systeem van subsidies te ingewikkeld. Voor een degelijke subsidie-relatie met gemeente of fonds is eigenlijk een boekhouder nodig, maar dat is voor de meeste commons-initiatieven te duur.
  • Commons-activiteit is bijna altijd ‘portefeuille-oversteigend’, bijvoorbeeld door voedsel als onderwerp te combineren met sociale cohesie, of groen met participatie. De gemeente denkt van nature juist meer in afgebakende dossiers. De taal van de commoner en de taal van de beleidsmaker strookt vaak niet met elkaar.
  • Subsidies en andere financiële steun, zeker als het gekoppeld is aan een inkoop-relatie, draagt vaak marktlogica in zich. Er moet iets geleverd of ‘verkocht’ worden. De rol van de gemeente als ‘marktmaker’ is een kans en een bedreiging tegelijk. De gemeente kan het aanbod een goeie richting op sturen, maar zij kan initiatiefnemers ook tegen elkaar uit spelen en ze in een omzet-gedreven keurslijf te drukken.

3. Visie: de gemeente als partner en maatschappelijke waarde Er is een gerede kans dat initiatieven uiteindelijk tegen de grenzen van het systeem aanlopen. In dat systeem is zorg nog steeds een commercieel product, wordt voedsel gezien als koopwaar en fungeert de gemeente nog steeds als inkoper: de marktlogica blijft dominant. De gemeente zou geen opdrachtgever of inkoper moeten zijn richting haar bewoners. Toch is er wel een rol voor de gemeente. Commons bloeien op door een ‘partner state’, de staat (of de gemeente, in dit geval) als ondersteunende partner om gemeenschappen te dienen waar nodig. Er ontstaat langzaam een visie op de partner-staat waarin lokale overheden en de EU samenwerken aan het faciliteren en beschermen van de commons. De gemeente kan als partner-state via inkoop een situatie creëeren waarin commons kunnen opkomen en door het bieden van financiële ruimte bestaande commons-initiatieven laten bloeien.

Bovenstaande wordt in de context van de stad steeds vaker aangeduid als ‘public civic partnership’, een concept dat vele vernieuwende praktijken in zich draagt. Om een commons-ecosysteem op te bouwen in de buurten van Amsterdam is het nodig om ook te focussen op wat niet kan worden ingekocht, zoals buren die zich om elkaar te bekommeren, met kinderen spelen, tuintjes bijhouden, elkaar gezond en betrokken houden. Dit soort inzet kan niet in geld worden uitgedrukt en dus ook niet worden ingekocht. De commons bieden ons een nieuwe taal waarmee wel kan worden uitgedrukt dat bepaalde activiteiten van waarde zijn, ook als ze geen prijskaartje hebben. Zodat sociale en ecologische buurtwaarde, commons-based peer-to-peer productie en verzorgende activiteiten geduid en erkend worden.

Het blijft een uitdaging om deze sociale waarde in indicatoren uit te drukken. De Europese Unie werkt hier sinds 2012 aan, in de werkgroep ‘GECES’. Hun werk maakt ‘social value measurement’ steeds tastbaarder.

Het is goed om het risico te benoemen dat schuilt in het aanpassen van inkoopbeleid voor zoiets vooruitstrevends als de commons: het huidige inkoopbeleid is toch vaak een bevestiging van het dominante systeem. De impliciete boodschap blijft dat het geld moet worden uitgegeven en dat het prettig zou zijn als dat met iets meer sociale en duurzame impact gebeurt. Prettig, maar niet cruciaal. Als we de commons als sector willen laten opbloeien door middel van inkoop, dan is het wellicht nuttig om eerst te kijken naar wat de commons nodig hebben, en op basis daarvan in te kopen, in plaats van andersom.

4. Voorbeeld: inkopen voor de digitale commons Van energie-commons tot voedsel-commons: het voert te ver om in dit transitieplan alle mogelijke commons-initiatieven die zouden kunnen worden ingekocht te benoemen. We lichten hier één voorbeeld uit van de gemeente als inkopende partner voor de commons: digitale commons.

De stad is een enorme verzamelaar en catalysator van digitale hulpbronnen, van persoonsgegevens tot data uit verkeerslichten. We proberen in Amsterdam om verantwoordelijk met data om te gaan , maar dit beleid zou een stap verder kunnen worden gebracht als we het digitale domein als commons zouden organiseren: data van en over de Amsterdammers en onze onderliggende digitale infrastructuur behoort toe aan de Amsterdammer en dient middels democratische regels worden beheerd. Dat zou het inkoopbeleid een draai geven.

  • Zo kan er een open source alternatief voor Microsoft worden ingekocht voor de interne communicatie van de gemeente
  • We zouden verkeersdata niet meer door Google laten beheren en gebruiken , maar door een veilig en niet-commercieel lokaal alternatief
  • We zouden een Amsterdamse Wolk kunnen bouwen in plaats van een private cloud, met servers die niet door Amazon of Huawei zijn gebouwd maar door getalenteerde, lokale programmeurs en software-ontwikkelaars.
  • We zouden een decentraal en gedistribueerd community wifi-netwerk kunnen bouwen met internet als voorziening voor alle Amsterdammers
  • We zouden de internet-infrastructuur (denk aan de glasvezelkabels onder onze huizen) weer kunnen remunicipaliseren, ditmaal als gemeengoed, en die kabels als commons kunnen beheren
  • We zouden een platform-coöperatief kunnen bouwen voor taxi-diensten, om zo niet meer van Uber afhankelijk te zijn

5. Bestaande aanpakken verder ontwikkelen: buurtrechten, MVOI en social return

  • Het inkoopbeleid wordt beschreven in de ‘aanpak maatschappelijk verantwoord opdrachtgeverschap en inkoop’ (MVOI). Sinds 2017 zijn de SDG’s er bijgekomen als speerpunt van het inkoopbeleid. De MVOI-aanpak biedt veel aanknopingspunten om via aangescherpte inkoopregels de commons te verdedigen en te laten bloeien. De thema’s People, Planet, Profit & Prosperity en Platform zijn de peilers van het huidige beleid. Hier aan kunnen we de Commons toevoegen.
  • Met ‘social return’ wordt bedoeld dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt weer betrokken moeten worden in het werkende leven en dat bedrijven hoger scoren als zij hier actief aan bijdragen. In 2018 werd het beleid rondom social return geëvalueerd: het kan beter. De commons kunnen inspiratie bieden om de definitie van werk dusdanig te herzien dat er veel meer kansen komen om mensen te activeren.
  • Bij de uitvoering van buurtrechten zoals ‘right to challenge’ zouden juist coöperatieven kunnen worden geselecteerd, in plaats van stichtingen. Zo voorkom je dat er een nieuwe markt ontstaat van concurrerende stichtingen. De gemeente zou zo kunnen waarborgen dat gebruikers (‘klanten’) zelf mede-eigenaar zijn van de organisaties die hun helpen. De stad zou sowieso in haar inkoopbeleid kunnen opnemen dat coöps de voorkeur hebben boven bedrijven. Dit is slechts een kleine aanpassing, nu is het staand beleid om ‘social enterprises’ de voorkeur te geven in sommige gevallen.

6. Wat kan Amsterdam nog meer doen?

  • de Stadsbank van Commoning In het coalitieakkoord geeft het college een voorzet voor een gemeentelijke commons-financier. Dit zou de Stadsbank van Commoning kunnen worden: een soort soeverein welvaartsfonds zijn in de geest van het Parkeerfonds, waar de gemeente via belastingen elk jaar geld in stopt . Deze coöperatieve bank, waar Amsterdammers allemaal mede-eigenaar van zijn, wordt democratisch bestuurd. Om van een neoliberale economie naar een bureneconomie te gaan, is het van belang om te kijken naar hoeveel uren iemand zich inzet voor de gemeenschap . Deze activiteit kan worden gestimuleerd met buurtmunten. Deze munten zouden door de Stadsbank van Commoning kunnen worden uitgegeven.

7. Verder lezen Raworth, Kate en Monbiot, George, 2019. ‘The Potential of the Commons’, uit: Our Commons: Political Ideas for a New Europe. Commons Network, 2019 (zie: https://www.commonsnetwork.org/ourcommons/) Internationaal krijgt de term community wealth steeds meer invloed. Dit is een principe dat door Democracy Collaborative, de denktank die door Ted Howard is opgezet, wordt gepromoot. Wij kiezen ervoor om die term in het Nederlands te vertalen naar buurteconomie, omdat het concept internationaal toch vrij economisch wordt uitgelegd. Voor meer info, zie: https://democracycollaborative.org/democracycollaborative/policy/Best%20Practices%20and%20Policy Dutta, Sahil en Thomson, Frances, 2018. Financialisation: a Primer, van Transnational Institute: https://www.tni.org/en/publication/financialisation-a-primer Kostakis, Bauwens, 2015. Towards a new reconfiguration among the state, civil society and the market; Journal of Peer Production, 2015:07 (zie: http://peerproduction.net/issues/issue-7-policies-for-the-commons/peer-reviewed-papers/towards-a-new-reconfiguration-among-the-state-civil-society-and-the-market/) Bloemen, Hammerstein, 2017. Supporting the Commons: Opportunities in the EU Policy Landscape; Commons Network, 2017 (zie: https://www.commonsnetwork.org/wp-content/uploads/2018/05/CommonsPolicyOpportunities_FINAL-1.pdf) Kimmel, Jens, Bloemen, Sophie en Gentzsch, Till, 2019. Urban Commons: Shared Spaces, Commons Network, 2019. https://www.commonsnetwork.org/news/shared-spaces-new-paper-on-urban-commons/ Voor een overzicht van voorgestelde manieren om sociale waarde te meten, zie het GECES-rapport uit 2014: https://publications.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/0c0b5d38-4ac8-43d1-a7af-32f7b6fcf1cc Het Manifest Tada is inmiddels uitgegroeid tot een brede campagne waaraan het Amsterdamse bedrijfsleven ook meedoet: https://tada.city/over-ons/ Voor meer info over de uitwisseling van data met Google, zie: https://tweakers.net/nieuws/136603/amsterdam-wisselt-data-uit-met-waze-om-inzicht-te-krijgen-in-verkeersstromen.html Uber en AirBnB zijn al jaren partners van Amsterdam in de Economic Board, maar dat heeft tot nu toe niet geleid to veel meer invloed van de Amsterdammer op hun gedrag in de stad: https://www.amsterdameconomicboard.com/partners De passage luidt: : ‘We onderzoeken het bundelen van de Stadsbank van Lening en de Gemeentelijke Kredietbank zodat de rentepercentages voor sociale kredieten drastisch verlaagd kunnen worden’ Voor een complete uitleg over Sovereign Wealth Funds, zie: https://www.swfinstitute.org/research/sovereign-wealth-fund Voor meer achtergrondinformatie over het streven naar een nieuw systeem, een systeem dat buurtinzet als ‘sociale productie’ faciliteert in plaats van werk als economische productie, zie bijvoorbeeld https://www.boell.de/sites/default/files/assets/boell.de/images/download_de/201305_Keynote_Gottschlich_Working_and_Caring.pdf Time-based Economy is een concept dat is bedacht door Allen Butcher: http://www.culturemagic.org/TimeBasedEconomics.html Hij schrijft daarin bijvoorbeeld: “In time-based economies, the world's natural resources are shared, and individual labor contributes to a common wealth by maximizing public goods and services, providing for individual happiness through systems of rational altruism. With a sharing of wealth, fear of economic loss or exposure (fear of scarcity) is reduced and greed is not rewarded. Happiness, then, is found as much in working for the good of all as in work for personal benefit.” Voor meer voorbeelden van succesvolle buurtmunten, zie bijvoorbeeld: https://medium.com/weareco/6-examples-of-complementary-currencies-that-will-change-your-vision-of-money-4ba659814d31 Voor de laatste versie van deze ISO-richtlijn, zie: https://www.iso.org/standard/63026.html Het MOVI Actieplan werd in opdracht van de gemeente geschreven door consultancy Pianoo, in zijn geheel is het plan hier te lezen: https://www.pianoo.nl/sites/default/files/documents/documents/manifest-mvi-actieplan-gemeente-amsterdam.pdf Op pagina 16 van het MVOI Actieplan van de gemeente staat bijvoorbeeld: ‘De nieuwe aanbestedingswet 2016 maakt het mogelijk om te gunnen op de laagste levenscycluskosten. Hierin kunnen alle economische kosten over de gehele levenscyclus (dus gebruik, beheer en eind technische levensduur) worden meegewogen bij de gunningbeslissing. Daarnaast kunnen ook externe kosten, zoals milieukosten worden meegenomen in de berekening, mits deze in geld uit te drukken zijn. Milieu effecten kunnen worden gekwantificeerd middels een Levens Cyclus Analyse (LCA). Het resultaat uit de LCA kan worden omgerekend naar een Milieu Kosten Indicator (MKI). Een MKI is een gewogen score van (een groot deel van) de milieueffecten omgerekend naar euro’s. Hoe lager de MKI, des te ‘beter’ voor het milieu. De MKI zegt dus iets over de kosten van de milieudruk van een product of dienst, de TCO over de kosten van de aanschaf en het gebruik van een product of dienst. In de meest ideale situatie worden beide meegenomen in een aanbesteding. Echter, het inzetten van zulke instrumenten moet altijd goed afgezet worden tegen de verwachtte opbrengst, dit is altijd maatwerk. Het is echter aan te raden om bij grote opdrachten te kijken of dit geschikte instrumenten zijn om de juiste afweging te kunnen maken welke maatregelen de meeste opbrengst hebben voor Amsterdam’. Op pagina 19 van het MVOI Actieplan lees je meer over de peilers van waardecreatie, zo staat er: ‘Profit & Prosperity gaat over het scheppen van (economische) waarde. We ontwerpen en investeren met oog voor huidige én toekomstige generaties en geven een impuls aan de lokale of regionale economie en werkgelegenheid (profit). We werken toe naar een circulaire economie waarin bezit zo veel mogelijk wordt vermeden, materiaal en energie stromen optimaal worden benut door industriële symbiose. Sleutelwoorden zijn optimalisatie, toekomstbestendigheid en flexibiliteit’. Voor een zeer volledige lijst met eenbevelingen voor betere of diepere implementatie van beleid omtrent social return, zie deze handreiking van de VNG: https://vng.nl/files/vng/publicaties/2018/handreiking-social-return_20180319.pdf Voor de volledige lijst met begrippen en definities rondom ‘social return’, zie deze site van de gemeente: https://www.amsterdam.nl/ondernemen/inkoop-aanbesteden/social-return/definities-social/ Relevante passage: ‘Er zijn ook verbeterpunten. Er kunnen nog meer opdrachtnemers aan andere sociale doelen naast ‘werk’ worden verbonden door beter inzichtelijk te maken wat er allemaal nodig is in de stad. Wanneer er meer inzicht is in de concrete hulpvragen van sociale initiatieven kunnen opdrachtnemers hieraan worden verbonden. Ook willen we meer inzetten op de inkoop bij Pantar en sociale firma’s en ervoor zorgen dat meer aanbestedende diensten die gelieerd zijn aan de gemeente zelf ook social return gaan toepassen’. Voor de volledige evaluatie van het beleid omtrent social return, in 2018 door de gemeente uitgevoerd, zie: https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/878188/evaluatie_social_return_beleid_2018.pdf